By using this website, you agree to the use of cookies as described in our Privacy Policy.
Aannemersstraat 181 9040 Sint-Amandsberg (Gent)

De contextuele theorie werd ontwikkeld door de Hongaarse psychiater Ivan Boszormenyi-Nagy (1920-2007). Hij was zelf actief als psychodyanmisch georiënteerd familietherapeut en verdiepte zich eveneens in werken van filosofen zoals Hegel, Heidegger en Jaspers. Er werden ook onderzoek gedaan naar de filosofische grondslagen van de theorie van Nagy en de filosoof Levinas.

Nagy bedoelde met het begrip ‘context’: de dynamische en ethische verbondenheid van iemand met andere personen die voor hem betekenisvol zijn. De context heeft betrekking op iemands huidige relaties, die uit het verleden en deze die in de toekomst te situeren zijn.

In zijn theorie wordt er zowel aandacht besteed aan de intrapsychische conflicten (innerlijke processen van iemand), alsook aan de interacties die op de voorgrond staan binnen de systemische aanpak. Binnen de contextuele therapie wordt er gewerkt op 5 verschillende dimensies: de dimensie van de feiten, de psychologie van iemand, de interacties, de relationele ethiek en de ontologische (zingevende) dimensie. De relationeel-ethische dimensie vormt het meest fundamentele uitgangspunt binnen de contextuele therapie en kan alleen begrepen worden vanuit een meer-generatieperspectief. In Nagy’s theorie wordt er gewerkt rond thema’s zoals loyaliteit, rechtvaardigheid, de balans van geven en nemen, legaat, verantwoordelijkheid, betrouwbaarheid, zelfvalidatie, zelfafbakening en dialoog. Het uitgangspunt is dat recht en rechtvaardigheid mensen ten diepste motiveren en aanzetten tot verandering in de richting van recht doen aan anderen en aan zichzelf.

De contextuele therapie is een integratief model, dat ook andere hulpverleningstheorieën laat deel uitmaken van het gehele taxatie- en psychotherapeutische proces doordat er op verschillende dimensies wordt geïntervenieerd.

Intergenerationele systeemtherapeuten (contextuele therapie) beschouwen symptomatisch gedrag van een individu en de verstarring in de communicatiepatronen niet louter als een reactie op een actuele crisis. Er is eveneens een invloed die stamt vanuit de voorgeschiedenis van de gezinsleden die mee onderzocht dient te worden.

Binnen de contextuele praktijk werd er een model ontwikkeld (2019) die drie fasen beschrijft die gangbaar zijn in het contextueel werken. Fase 1 richt zich op het onderzoeken van verbondenheid in hechte relaties: aangaan van een therapeutische relatie, verkennen van de verhalen en verkennen van de relationeel-ethische patronen. Fase 2 richt zich op het bewerken van verbondenheid in hechte relaties: onderzoeken van breuken en hulpbronnen, werken aan exoneratie (ontschuldiging) en aanmoedigen tot herstel van de dialoog. Fase 3 richt zich op het versterken van verbondenheid in hechte relaties: bewustmaking van het effect van herstel, identificeren van hulpbronnen en bedreigingen en afsluiting van het proces.

What is contextual therapy?